Burgerlijke stand 200 jaar

Volgend jaar is het 200 jaar geleden dat de burgerlijke stand in Nederland in werking trad. Omdat liefhebbers van lokale geschiedenis en volkscultuur bij hun onderzoek vaak te maken hebben met de burgerlijke stand roept het Nederlands Centrum voor Volkscultuur organisaties op om een activiteit rondom de levenslooprituelen te organiseren. Voorwerpen, documenten, foto’s en verhalen, die met geboorte, huwelijk, dood, maar ook met verjaardag vieren, Abraham zien, puber of senior worden te maken hebben, zijn een waardevolle bron. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur ontwikkelt drie basistentoonstellingen over de tradities en rituelen rondom geboorte, huwelijk en dood die te huur zijn.
Vóór 1811 werden in onze contreien de persoonsgegevens vooral bijgehouden in kerkelijke registers en ook door beheerders van begraafplaatsen.
Na de Franse Revolutie, toen de Franse monarchie ophield te bestaan, werd bij de Franse wet van 17 juni 1796 de Burgerlijke Stand ingeroepen. In de Zuidelijke Nederlanden werd met de burgerlijke stand-registers begonnen tussen 1796 en 1798. De Noordelijke Nederlanden volgden in 1811.
Al voor 1811, namelijk in 1804, werd de Code Napoléon, het burgerlijk wetboek, ingevoerd. De hervormingen van Napoleon werden ook na zijn val gehandhaafd, alleen heette het burgerlijk wetboek natuurlijk geen Code Napoléon meer. Vanaf 1814 werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd in het Koninkrijk der Nederlanden. Na de afscheiding van België werd het Wetboek in 1838 gewijzigd, maar voor de burgerlijke stand had dit weinig consequenties.
Iedereen krijgt een voor- en achternaam
Op 11 augustus 1811 werd door Napoleon besloten dat elke inwoner van ons land een voor- en achternaam moest hebben. Als controle confisqueerde de overheid veel kerkregisters. Hierdoor was het eenvoudiger om belastingen te heffen en om dienstplichtigen op te sporen. Volgens sommige bronnen resulteerde dit in curieuze achternamen als ‘Niemandsverdriet’ en ‘Naaktgeboren’ uit baldadigheid richting het Franse gezag. Volgens andere bronnen bestonden deze achternamen echter al eerder. Het zou gaan om een mythe dat men bewust vreemde achternamen koos om de Fransen te pesten.
Niet iedereen nam in die jaren echter meteen een achternaam aan en nog op 8 november 1825 vaardigde koning Willem I, die aan de macht was gekomen na de val van Napoleon, een Koninklijk Besluit uit waarin werd bepaald dat iedereen die nog geen vaste achternaam had, nog zes maanden de tijd had om daar alsnog voor te zorgen. De akten werden toen niet meer in het Frans geschreven, zoals in de tijd van Napoleon gebruikelijk was, maar in het Nederlands.
In Nederland, dat anno 2010 zestienenhalf miljoen inwoners heeft, komen tegenwoordig ongeveer honderdduizend verschillende achternamen voor.
Eerste huwelijksakte
De eerste Nederlandse huwelijksakte werd in Amsterdam opgemaakt op 3 maart 1811. In Gemert en Ravenstein, die golden als vrije gebieden, werd al eerder, namelijk aan het einde van de achttiende eeuw met de burgerlijke stand geëxperimenteerd. Daar werden toen ook huwelijken voltrokken.
In de registers van de burgerlijke stand worden geboorte- en sterfgegevens opgenomen en ook of iemand gehuwd of gescheiden is. Sinds 1998 wordt bovendien het geregistreerd partnerschap bijgehouden. Voortaan kunnen twee mannen of twee vrouwen zich als partners laten registreren. In 2001 werd het homohuwelijk, als één van de eerste landen ter wereld, ingevoerd. Ook homo-adoptie werd geregeld.
Speciaal hiervoor aangestelde personen kunnen op vrijwillige basis de huwelijken en de registratie van de partnerschappen voltrekken. Deze worden BABS'en genoemd, wat staat voor Buitengewoon Ambtenaar Burgerlijke Stand. Ze zijn hiervoor apart aangesteld en beëdigd. In Nederland wordt een ambtenaar die weigert mensen van hetzelfde geslacht te huwen, een weigerambtenaar genoemd.
Burgerlijk Wetboek
In 1970 werd een nieuw Burgerlijk Wetboek ingevoerd. Daarin is onder meer opgenomen dat er geen huwelijkstoestemming voor mensen tot 30 jaar meer nodig is. Een jaar later volgden de wijzigingen in het echtscheidingsrecht. Voortaan is er één echtscheidingsgrond, te weten: ‘duurzaam ontwrichting van het huwelijk’. Op het gebied van huwelijk volgden nog andere belangrijke wijzigingen, zo werd in 1994 de wet op voorkoming van schijnhuwelijken ingevoerd.
In principe kan er op elk tijdstip getrouwd worden. Dit moet nu nog in een gemeentehuis of op een erkende trouwlocatie, maar dat verandert mogelijk in de toekomst. Een buitenlands huwelijk wordt in Nederland geaccepteerd als het in het bewuste land erkend is. Volgens het moderne Burgerlijk Wetboek is het eerst of louter voor de kerk huwen verboden.
De eerste echtscheiding die in het gebied dat nu Nederland is, werd voltrokken, vond plaats in 1796. In 1794 werd Maastricht door de jonge Franse Republiek veroverd, en daarom viel Maastricht vanaf toen onder de Franse wet. Het eerste koppel dat van de mogelijkheid tot scheiden gebruik maakte was het echtpaar Wilhelmus Meers en Agatha Lenaerts. De Franse ambtenaar van de burgerlijke stand van Maastricht, schreef op 15 september 1796 hun scheidingsakte in.
Meerderjarige leeftijd
In de loop van de tijd werden nog diverse zaken gewijzigd inzake de burgerlijke stand. Zo werd in 1901 de meerderjarige leeftijd teruggebracht van 23 naar 21 jaar. Vanaf 1927 mogen ook vrouwen getuige zijn bij huwelijken. En vanaf 1935 is het niet meer verplicht dat er twee getuigen aanwezig zijn bij de aangifte van een geboorte. Ook werd in dat jaar de volgorde van de namen gewijzigd. In de akten worden voortaan eerst de achternaam en dan de voornamen vermeld. In 1956 volgde de invoering van de mogelijkheid tot het adopteren van kinderen.
In 1988 werd de leeftijd van meerderjarigheid verlaagd tot 18 jaar. Mogelijk zal deze leeftijd in de toekomst nog lager komen te liggen. Vanaf 1988 hebben achttienjarigen in ieder geval passief en actief stemrecht; ze mogen kiezen en gekozen worden.
In 1991 werden crematies en begrafenissen in de wet op de lijkbezorging gelijk gesteld. Later werd er ook gesleuteld aan het adoptierecht: in 2004 werden de regels met betrekking tot buitenlandse adopties aangepast in de Wet Conflictenrecht Adoptie.
Achternamen
Een kind is van de moeder, de vader erkent het. Een kind krijgt de achternaam van de moeder, als deze ongehuwd is. Als een kind erkend is door de vader, wordt vaak gekozen voor de naam van de vader. Maar, als de moeder gehuwd is, kan er ook gekozen worden voor de achternaam van de moeder.
De achternaam kan worden gewijzigd worden in de achternaam van de opvoeder van een kind. Ook kan er gekozen worden voor een andere achternaam als deze veel voorkomt (zoals ‘De Boer’, ‘Jansen’ en ‘De Vries’) of als het gaat om een ongepaste naam (bijvoorbeeld ‘Mengele’ of ‘Prick’). Er zijn echter niet geringe kosten verbonden aan een naamswijziging, namelijk 225 euro. Het geven van voornamen is sinds 1970 vrijgesteld, maar er zijn wel beperkingen, want ongepaste voornamen mogen niet.
Organiseert u een activiteit rondom een levensloopgebruik, laat het ons weten. Wij vermelden uw project dan op onze website www.volkscultuur.nl en in onze nieuwsbrieven. Meer informatie over de drie reizende tentoonstellingen over geboorte, huwelijk en dood kunt u opvragen bij: ncv@volkscultuur.nl
Volkskunde: themanummer over tradities

Volkskunde is het belangrijkste Nederlands-Vlaamse wetenschappelijke tijdschrift op het terrein van de volkscultuur. Aflevering 3-4, die verscheen in de laatste maand van 2009, is een dubbelnummer over tradities. Aanleiding was het Nederlandse Jaar van de Tradities. Deze aflevering is vele honderden pagina’s dik. Er is veel aandacht voor theorie, maar ook voor concrete voorbeelden.
John Helsloot schrijft over de betrekkelijk jonge traditie van Halloween in Nederland. Hoe komt het dat dit macabere feest vanaf ongeveer de jaren negentig ook in Nederland populair werd? Waar komt toch de voorliefde voor griezelen vandaan? Het onderwerp van de Vlaamse volkskundige Luk Indesteege is het Vlaams-Limburgse gebruik van het Ossenfeest. Mannen die op hun 30ste nog vrijgezel zijn, worden verrast met een os voor de deur, met plagerige gedichtjes over jouw onvermogen een geschikte vrouw te vinden. Het gebruik is ook in sommige delen van Nederlands-Limburg bekend.
In andere artikelen wordt in meer theoretische zin op het onderwerp ingegaan. Wat maakt iets tot een traditie? Hoe oud moeten ze zijn om werkelijk een traditie te worden genoemd? Waarom hechten mensen tegenwoordig weer aan tradities? Waarom zijn tradities vaak verbonden met rituelen? Niet alle tradities zijn zo oud als ze lijken. Veel tradities zijn pas betrekkelijk kort geleden ‘uitgevonden’. Tradities worden vaak in verband gebracht met een behoefte aan nostalgie. Maar is dat wel juist? Zijn tradities niet juist verbonden met nu? Het gaat immers om gewoonten en gebruiken die worden doorgegeven naar de toekomst. ‘Tradities zijn verandering’ is een prikkelende conclusie van één van de artikelen.
Ook voor wetenschappers is traditie weer een belangrijk concept geworden om onze leef- en beeldwereld inzichtelijker te maken. In deze aflevering worden heel veel vragen opgeroepen, maar ook heel veel antwoorden gegeven. Daarmee geeft het nummer in zekere zin een wetenschappelijke onderbouwing van het Jaar van de Tradities.
Voor meer informatie zie: www.volkskunde.be
Oproep Knippenbergprijs
Het bestuur van de Stichting Knippenbergprijs roept erfgoedinstellingen en -deskundigen op tot het voordragen van kandidaten voor de Knippenbergprijs 2010. Dat kunnen ofwel succesvolle projecten zijn, ofwel personen met grote verdiensten op het gebied van het voor dit jaar gekozen thema. De prijs bestaat uit de bronzen Knippenbergpenning en een geldbedrag dat beschikbaar wordt gesteld door de Stichting Brabants Heem.
Deze prijs, een initiatief van de Stichting Brabants Heem, de Leerstoel Cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg, de Historische Vereniging Brabant, het Noordbrabants Museum, het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Erfgoed Brabant, werd in 2007 ingesteld voor personen of organisaties die zich verdienstelijk maken op de terreinen waarvoor Knippenberg zich gedurende zijn lange leven heeft ingezet: heemkunde, volkskunde, geschiedenis, archeologie, numismatiek, biologie en ecologie.
Om voor de prijs in aanmerking te komen is het een voorwaarde dat de veelzijdigheid van de naamgever van deze prijs ook in de nominatie wordt aangetroffen. Criteria als een vakgrensoverschrijdende aanpak, bovenlokale benadering, gerichtheid op een breed publiek en een educatief karakter wegen dan ook zwaar in de beoordeling.
Jaarlijks stelt het bestuur vast binnen welke thematiek aanmeldingen kunnen worden ingezonden. Voor 2010 is dat het thema nieuwe media. Het gaat hier om het op een eigentijdse manier gebruiken van nieuwe media. Het kan dus gaan om allerlei toepassingen van foto’s, film, GPS, Internet (met twitter, facebook etc.), waardoor erfgoed aantrekkelijk(er) wordt en voor meer mensen toegankelijk.
Schatten van Brabant, het cultuurprogramma van de provincie, probeert kunst en erfgoed met elkaar te verbinden. Het gebruiken van nieuwe media past in de doelstelling van Schatten van Brabant. Schatten van Brabant heeft daarom besloten een aanvullende prijs beschikbaar te stellen voor de prijswinnaar van de Knippenbergprijs voor het realiseren van een vervolgproject.
Het bestuur doet een beroep op relevante instellingen en erfgoeddeskundigen om succesvolle projecten of personen met grote verdiensten op dit gebied als kandidaten voor de prijs voor te dragen. Een voorwaarde bij projecten is wel dat ze op 30 augustus 2010 zijn afgerond zodat de effecten en publieksrespons meetbaar zijn. Meer informatie over de prijs en de voorwaarden staat op de website van de Stichting: web.me.com/knippenbergprijs/Knippenbergprijs/
De voordrachten worden beoordeeld door een jury onder voorzitterschap van Jan van Laarhoven. De jury voor dit jaar bestaat verder uit: Emy Thorissen (Brabant Collectie), Geurt Grosfeld (Schatten van Brabant), Cris Kremers (Thuis in Brabant) en Jan Franken (Brabants Heem).
De prijswinnaar wordt bekend gemaakt tijdens een feestelijke bijeenkomst Moergestel op zondag 14 november 2010, waar de stichting te gast is bij de prijswinnaar van 2009. Tijdens deze bijeenkomst zullen de projecten van de genomineerden worden gepresenteerd.
Voordrachten van kandidaten kunnen schriftelijk worden ingediend. Een aanmeldingsformulier kan worden ingeladen via de website van de Stichting. Ik verzoek u vriendelijk bij aanmelding ook daadwerkelijk deze formulieren te gebruiken.
Graag wacht de jury van de Stichting Knippenbergprijs uw voordrachten af.
Met hartelijke groet,
Prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld (voorzitter)
Geef u nu op als deelnemer van het Jaar van de Tradities
In 2009 vieren wij het Jaar van de Tradities. In dat jaar gaan wij met z'n allen onze rijkdom aan tradities en rituelen promoten.
Ook ú kunt mee doen met het Jaar van de Tradities. Deelnemen kost niets. Het enige dat u hoeft te doen is een activiteit in het kader van het Jaar van de Tradities te organiseren en ons daarvan op de hoogte te houden.
Wij op onze beurt zullen er alles aan doen om u te ondersteunen. Zo kunt u gebruik maken van het logo, persberichten, folders, lesmateriaal en tentoonstellingen. Ook wordt u vermeld op deze website.
Doet u mee met het Jaar van de Tradities dan schrijven wij uw burgemeester aan en vragen hem of hij uw activiteit wil ondersteunen. Ook verwittigen wij de pers in uw gemeente.
Logo Jaar van de Tradities
U kunt het logo van het Jaar van de Tradities voor uw drukwerk ook in hoge resolutie opvragen bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur (030-2760244).Huwelijktradities

In de serie het Alledaagse leven, tradities en trends in Nederland is nu de uitgave ‘Bruidsuikers & Wittebroodsweken’ verschenen. Het huwelijk, de bruiloft en de tradities die daarbij horen, zijn nogal aan verandering onderhevig. Het moderne huwelijk lijkt niet meer op het verstandshuwelijk van vroeger. Deze uitgave van Het Alledaagse Leven vertelt kleurrijk over huwelijksgebruiken van toen en nu.
Kreeg het bruidspaar vroeger nog te horen dat de liefde met de jaren komt, tegenwoordig wordt er alleen nog uit verliefdheid getrouwd. In ‘Bruidsuikers & Wittebroodsweken’ zien we de ontwikkeling van het huwelijk door de eeuwen heen. Tot in de negentiende eeuw had het huwelijk een heel andere functie dan nu. Mensen trouwden om rationele redenen met een geschikte partner. Samen stond je sterker dan alleen. En een huwelijk was voor de rest van je leven; iets dat tegenwoordig niet altijd meer het geval is. In de huidige tijd kun je trouwen met wie je wil, ook met iemand van hetzelfde geslacht.
In ‘Bruidsuikers & Wittebroodsweken’ wordt uitleg gegeven over de gebruiken en tradities rondom het huwelijk. Dan gaat het natuurlijk over de ringen, de bruidsjurk en het snijden van de taart op de bruiloft. Maar ook het daadwerkelijke trouwen, het jawoord, komt uitgebreid aan bod. Tegenwoordig is alleen de huwelijksvoltrekking in het stadhuis rechtsgeldig. Maar toch is het kerkelijk huwelijk ook nog altijd populair. Ook het bruiloftsfeest en de wittebroodsweken daarna staan vol van gebruiken en rituelen die door de tijd zijn veranderd of juist hetzelfde zijn gebleven.
‘Bruidsuikers & Wittebroodsweken’ is deel 14 uit de reeks het Alledaagse leven. Dit is een uitgave van Waanders uitgevers en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, in samenwerking met het Nederlands Openluchtmuseum en het Meertens Instituut. Het Alledaagse leven verschijnt in het kader van het Jaar van de Tradities 2009
'Bruidssuikers en wittebroodsweken' is te bestellen door 8,50 euro over te maken op giro 810806 t.n.v. het Nederlands Centrum voor Volkscultuur o.v.v. de titel.
Geboortetradities

In de reeks het Alledaagse leven. Tradities & trends in Nederland verscheen als achtste deel een boekje over geboorterituelen. Deskundige Ineke Strouken (Nederlands Centrum voor Volkscultuur) neemt de lezer in een boeiend verhaal mee langs bekende en vooral ook minder bekende feiten over geboorte. Het gaat over de verschuiving van een kind krijgen naar een kind nemen, over de introductie van de ooievaar als kinderbrenger, over de vroedvrouw en de baker, de bakermat, het kraamkloppertje, geboortekaartjes en nog veel meer. Prachtige oude en nieuwe illustraties vergezellen haar betoog.
In Kraamkamer & kandeel wordt duidelijk hoe tradities, ook die rond geboorte, veranderen. Het was lange tijd gebruikelijk dat een echtpaar als oudedagsvoorziening kinderen kreeg. Maar over het lichaam en de werking ervan was maar weinig bekend. Voorlichting kreeg men besmuikt, achter een gordijn in een kermistent, of helemaal niet.
Rond de geboorte waren veel bakerpraatjes in de omloop. Tot in de jaren zestig moesten vrouwen negen dagen na de geboorte het bed houden. De kraamvrouw moest goed eten, want anders ging ‘de baarmoeder aan de wandel’. Na negen dagen moest de moeder weer aan de slag. Sinds 1966 hebben moeders recht op twaalf weken zwangerschapsverlof.
In de twintigste eeuw werden moeders steeds trotser op hun buik. Ze laten die graag zien en laten zich graag voorlichten over alles wat met het aankomend moederschap te maken heeft. Het verklaart het succes van bijvoorbeeld de Negen Maandenbeurs.
Deel acht van het Alledaagse leven is een must voor alle (aanstaande) jonge ouders, en voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de alledaagse dingen.
Het Alledaagse leven. Tradities & trends in Nederland is een uitgave van Waanders Uitgevers en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, in samenwerking met het Nederlands Openluchtmuseum en het Meertens Instituut en verschijnt in het kader van het Jaar van de Tradities.
'Kraamkamer en kandeel' is te bestellen door 8,50 euro over te maken op giro 810806 t.n.v. het Nederlands Centrum voor Volkscultuur o.v.v. de titel.









